Fenerbahçe heeft in drie dagen twee keer verloren. Valencia dinsdag, 86-78. Real Madrid donderdag, 95-76. Ze staan op zes overwinningen en drie nederlagen in de EuroLeague, en hun coach, Sarunas Jasikevicius, zei tegen EuroLeague TV dat zijn ploeg geen identiteit had, dat het voorlopig „een bende heel grote namen” was.
Ik ben niet jaloers, ik ben voorzitster. Maar een bende grote namen bestaat bij ons niet, hé. Bij ons heb je voornamen. Die de kantine opent, die de kassa doet, die de minibus rijdt, en de minibus start. Niemand heeft een grote naam. Iedereen heeft een taak.
Hij zei ook dat ze een manier moesten vinden om voor elkaar te spelen, dat individuele kwaliteiten niet zouden volstaan. Dat heb ik meteen begrepen. Op de jeugdzaterdag, van negen tot achttien uur, als iedereen doet wat hij alleen kan, hebben we twaalf thermossen koffie en geen enkele stoel opgeruimd. De identiteit van een club is bij ons de lijst met vrijwilligers, opgeprikt naast de prijslijst van de kantine. Er zitten gaten in, maar ze houdt.
Ik zeg niet dat ze in Istanboel zo’n lijst nodig hebben. Ik zeg dat daar ook iemand het licht uitdoet na een match die verloren is, en dat is een ploeg. Volgende week ontvangen ze Baskonia. Ik wens ze een goede match, en iemand voor de thermos.
Bij mij is het ijskoud in de sporthal, en ik moet nog de stoelen van het volleybal opruimen voor ik de sleutel terugbreng.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BasketNews.







