Zondag, na het avondeten, belde ik mijn moeder in Indiana. Ik vertelde haar over de tweede speeldag van de BNXT League: Donar Groningen tegen Leuven Bears, 78-78 enkele seconden voor het einde.
Ze vroeg wat de coach had gedaan. Ik zei dat ik dat niet wist, dat ik alleen wist dat Alex Merkviladze, een Georgische speler van Groningen, de bal op zijn eigen helft had genomen en had geschoten. Op de buzzer. Erin. 81-78.
Het bleef even stil op de lijn. Mijn moeder vraagt gewoonlijk of er iemand heeft verdedigd. Nu vroeg ze het niet.
Let me tell you, in 2000, in Charleroi, verbood mijn eerste coach me de afstandsschoten. Hij zei dat basketbal draait om de pass op het juiste moment, de box-out, geduld. Vijfentwintig jaar lang heb ik dat herhaald aan mijn U10 op zondagochtend. Een schot van eigen helft is daar het einde van de training, als de ballen worden opgeruimd.
Ik zei tegen mijn moeder dat Sporza er nu al een van de hoogtepunten van het seizoen van maakte, na de tweede speeldag. Dat we hier, als we zo winnen, eerst even nakijken. En dan zeggen: „niet slecht”.
Zeg haar dat de Bears tot de laatste seconde hebben gespeeld, dat telt ook, hé.
Ik heb het haar gezegd. De Bears hadden hun werk gedaan, gelijk tot op het einde. Mijn moeder dacht na.
Toen vroeg ze: als hij van daar kan scoren, waarom wacht hij dan tot de laatste seconde?
Ik had geen antwoord. Ze zei: zie je wel.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.






