Besiktas pakt de leiding aan het begin van het vierde kwart, en dan gooit Olympiakos er een 12-0 uit. Twaalf-nul. Uit. Bij een promovendus die de EuroLeague ontdekt. Weet je wat ik doe aan de micro tijdens een 12-0? Niets. Ik laat de geluidsinstallatie vanzelf opkomen, ook al heeft ze een mening.
Maar wat mij deed stilvallen, is minuut 1:45. Sasha Vezenkov komt terug op het parket. Een groot deel van het laatste kwart zat hij op de bank, na een zeer scherpe woordenwisseling met zijn coach, Georgios Bartzokas, op het einde van het derde kwart, die tijdens de rust doorging. En hij komt terug. Voor mij is dat een moment.
Zo had ik het gedaan, op zaterdag om half negen, met de twee projectoren van de fancy-fair op de zijlijn gericht en de conciërge die de helft van de neonlichten heeft gedoofd:
„Dames en heren, mesdames et messieurs, terug in het spel, nummer… [jingle] … terug… Sasha… Vezenkov!”
De stilte van twee seconden voor de voornaam. De jingle afgekapt net voor het refrein. Maak lawaai.
En voor de coach had ik hetzelfde gedaan, want bij mij stellen we iedereen voor: „Aan de zijlijn, Georgios… Bartzokas.” Zelfde stilte, zelfde jingle.
Want kijk naar het scenario: die jongen staat op, hij komt binnen, en hij eindigt als topscorer van zijn ploeg, zestien punten in vierentwintig minuten. En Donta Hall man van de match. Dat zijn bij mij twee entrees in het donker, minimum.
Terug in het spel op 1 minuut 45. Het staat erop. De jingle heeft geen kolom.
En de coach had het na de match over 26 assists, hun beste totaal van het seizoen, over „samen spelen”. Zesentwintig assists, dat zijn zesentwintig kleine momenten. Ik had ze één voor één aangekondigd, telkens met de jingle. Ik zeg het maar. De volgende is Olimpia Milan, thuis. Het moment ligt al klaar.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BeBasket.






