Zondag, na het eten, belde ik mijn moeder in Indiana. Zij vertelde me over de match. Orlando tegen Cleveland. Ze wilde dat ik het uitlegde.
Dus legde ik uit wat de RTBF vertelt. Orlando leidt met dertien, tweede kwart. James Harden geeft een te slappe pass, Noah Penda onderschept. Vier dribbels, een doorbraak in de verf, een dunk voor Cleveland terug is. De bal raakt zijn gezicht voor hij door de ring is, komt weer naar buiten en valt alsnog door. De scheidsrechters keuren de dunk af en schrappen de twee punten.
Ze vroeg: „Maar waarom?” Ik las de regel voor die de RTBF aanhaalt: interferentie wanneer een speler belet dat de bal volledig door de ring gaat, of de bal aanraakt in de cilinder boven de ring. De bal was nog niet helemaal doorgevallen toen hij zijn gezicht raakte. Op echte snelheid zie je niets; op de herhaling is het vrij duidelijk. Dat is alles.
In 2000, in Charleroi, in de sporthal met de badmintonlijnen, heb ik een basket gezien die nooit iemand heeft kunnen tellen. Niemand had een herhaling. We keken naar de scheidsrechter, hij keek naar de wedstrijdtafel, en de tafel keek naar haar koffiekop. De match ging verder. Hier heb ik geleerd dat wat je op echte snelheid niet ziet, meestal in de kantine wordt geregeld.
Let me tell you: ik ben voor één jaar gekomen. Ik had nog nooit een speler zichzelf zien blokken. Zesentwintig jaar basket hier en daar, en het is de NBA die me dat leert.
Toen stelde mijn moeder haar vraag, dezelfde als altijd: heeft er iemand verdedigd? Ik zei dat de verdediging van Cleveland nog niet terug was. Er was niemand.
Ze dacht na. Ze zei: dus de enige die verdedigd heeft, is hij. Zie je wel.
Het klopt, we hebben het nagekeken: RTBF Sport · Basket.







