Vorige week ging een video de wereld rond. De 76ers op preseasonbezoek in Boston, Jaylen Brown en Jayson Tatum op enkele passen van elkaar tijdens de warming-up. Ze spreken niet. Geen knikje. Geen blik.
Ik heb ze twee keer bekeken, de farde open. Ik zocht de gebeurtenis. Er is er geen. De warming-up staat niet op het blad. Er is geen kolom voor goeiendag.
Bij ons komen voor de wedstrijd de twee kapiteins naar de tafel. Ze tekenen, de een onder de ander, met mijn bic. Ze spreken ook niet met elkaar. Niemand heeft dat ooit gefilmd.
Op ESPN vertelde journaliste Malika Andrews dat ze de vraag aan Jaylen Brown had gesteld op de media day in Philadelphia. Hij was een beetje vaag geweest, zei ze, maar de kern was: „Nee, niet echt. Ik ben mijn weg gegaan en hij de zijne.” Ik noteer. Dat antwoord past in één vakje.
Brown zat die avond niet op de bank. Hij rustte en volgde de wedstrijd vanuit de kleedkamer. Een speler in de kleedkamer, dat noteer je ook niet. Hij staat niet op het veld, hij is niet uitgesloten. Hij is elders.
Op 10 november gaat Boston naar Philadelphia. Dan komt er een blad. Twee ploegen, twee kapiteins, elk één handtekening. Daarna komt niemand er nog op terug.
Regel van de dag: warming-up, geen incident, niets aan de tafel.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BasketNews.







