Minnesota won van Toronto met 117-94. Drie wedstrijden, drie zeges, telkens meer dan twintig punten verschil. Ik noteer.
LaMelo Ball speelde zestien minuten. Vijftien punten, acht assists. Zestien minuten, die had ik gehouden zonder mijn ogen van de klok te halen.
Daarna vroegen ze hem hoe zijn nieuwe ploegmaats zich aan zijn passes aanpasten. Hij antwoordde dit, volgens BasketNews: „Eigenlijk heb ik de eerste dag een paar keer geprobeerd ze op het hoofd te raken. Weet je, als je één keer op je hoofd geraakt wordt, hou je je hoofd altijd omhoog. Zo was ik als kind.”
Ik heb het twee keer herlezen, met mijn map open op de keukentafel. Mijn wedstrijdblad heeft zes kolommen. Punten, fouten, time-outs, de rest. Er is geen kolom voor een pass die op het voorhoofd aankomt. Een assist is wanneer iemand erachter scoort. Die eerste dag dienden er volgens hem een paar vooral voor de opvoeding.
Hij haalt dit seizoen 6,3 assists per wedstrijd, 7,3 in zijn carrière. Anthony Edwards zei na de openingsmatch tegen Miami: „Ik denk dat hij de beste point guard van de league is.” Edwards houdt zijn hoofd omhoog. Ik stel vast.
Bij ons tonen we ze de eerste dag waar de ballen liggen en waar de sleutel hangt. Dat werkt ook, hé.
De klok discussieert niet. Ik ook niet. Een pass op het hoofd op de eerste dag loopt niet langs de tafel, dus staat ze niet op mijn blad. De acht tegen Toronto wel.
Lijn op het blad: assists, acht. Hoofden omhoog, alle.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BasketNews.





