Drieënvijftig jaar. De Knicks hebben drieënvijftig jaar gewacht, en dinsdag, voor de wedstrijd tegen de Sixers, hebben ze hun banner voor eigen publiek opgehangen. Dat is een moment. En dan kregen de assistent-coaches, volgens The Athletic, doosjes. Leeg. Zeven bronnen bevestigen het.
Ik zou een leeg doosje toch gewoon presenteren. Luister. Het donker, eigenlijk het halve donker, want onze conciërge laat zijn neonlichten aan. De twee schijnwerpers van de fancy-fair op de tafel. [tromroffel] „Dames en heren, mesdames et messieurs, voor de technische staf…” Twee seconden stilte. We openen. Niks. En dan, in plaats van af te kappen, zet ik de jingle weer aan. [jingle] Want een leeg doosje met muziek is spanning. Zonder muziek is het karton.
Twee bronnen zeggen dat ze ’s ochtends al gewaarschuwd waren. Dus de assistenten wisten het voor ze het doosje openmaakten. Een verrassing die je ’s ochtends al aankondigt, aan de micro, dat heet een repetitie. Maak lawaai voor de mensen die het al wisten!
En dan is er de e-mail van september aan de medewerkers van Madison Square Garden: „Gefeliciteerd, je kampioensring als medewerker is aangekomen”. Een test rond cyberveiligheid, georganiseerd door James Dolan, met verplichte opleiding voor wie op de link had geklikt. Dat zou ik aan de micro niet kunnen aankondigen. Ik heb het in mijn hoofd geprobeerd. „En nu, jullie verplichte opleiding.” Niemand staat recht.
Bij ons was het laatste doosje dat we onder de schijnwerpers openden, dat met de nieuwe truitjes. Nummer zeven ontbrak. Ik heb hem toch gepresenteerd. Ik zeg het maar.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BeBasket.






