Minnesota heeft woensdag met 119-114 verloren van Golden State. Tijdens de match was er op de bank van Minnesota een verhitte woordenwisseling tussen Rudy Gobert, LaMelo Ball en Jonathan Kuminga. Ik las het donderdag, met de farde open op de keukentafel.
De dag erna sprak Rudy Gobert met de journalisten. „Ik zou de beelden willen zien, kijken hoe het eruitziet. Op het moment zelf had ik niet het gevoel dat het iets slechts was”, zei hij tegen BasketNews. En tegen Basket USA: „Er was zeker frustratie. Ik was gefrustreerd, zij waren gefrustreerd. Maar dat zie je de hele tijd, en het is geen slechte zaak.”
Hij vraagt om de beelden. Ik begrijp dat. Bij ons zijn er geen beelden. Er is mij, twee meter van de bank, en ik kijk niet naar de bank. Ik kijk naar de klok. Een bank die luid praat, is geen regel op het blad. Een regel is wanneer de scheidsrechter fluit en ik het noteer. De rest hoor ik, en ik schrijf het niet op.
Ginder hebben ze camera’s op de bank, op de coach, op de drinkfles. En de betrokken speler vraagt toch nog om te kijken. Twintig schermen meer, en dezelfde vraag als in de kantine op zaterdag: wat is er eigenlijk gebeurd.
Ik noteer ook dat Jonathan Kuminga met 20 punten topscorer van Minnesota werd, tegen zijn ex-ploeg. Dat is een kolom. Ze is ingevuld.
De volgende match is vrijdag, tegen de Clippers. Ik heb tegen dan niets te verbeteren.
Bank van Minnesota: frustratie aangegeven, vijandigheid niet aangegeven. Ik noteer.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BeBasket.





