Zondag, na het eten, heb ik mijn moeder gebeld, in Indiana. Zij had de cijfers vóór mij gelezen: de NBA heeft vorig seizoen ongeveer 14,5 miljard dollar omgezet, gemiddeld 456 miljoen per franchise.
Over dat gemiddelde had ze het niet. Ze had het over het verschil. Golden State Warriors bovenaan met 895 miljoen, Memphis Grizzlies onderaan met 339. En ze wilde weten wat de competitie daarmee deed.
Ik heb haar de verdeling uitgelegd. De ploegen met de hoogste inkomsten dragen bij, de helft van de luxetaks komt erbovenop, en ongeveer 400 miljoen gaat naar de ploegen die het minst verdienen. De cijfers die je leest, houden daar al rekening mee.
Let me tell you, het deed me denken aan 2000. Ik kwam in Charleroi aan met een zak en een contract voor één jaar. Die eerste winter had de verwarming van de sporthal haar buien, en de club hiernaast leende ons ballen omdat de onze glad waren. Niemand maakte een persbericht. De zaterdag erna lieten wij hun de kantine voor hun tombola. Daar noemen ze dat revenue sharing. Hier noemden we dat buren zijn.
Mijn moeder luisterde. Daarna stelde ze haar vraag, die ze altijd stelt. Met al dat geld dat tussen dertig ploegen rondgaat, heeft er iemand aan de verdediging gedacht?
Ik zei van niet, dat het niet in de cijfers staat. Dat verdedigen niet te herverdelen valt, dat je het zondagochtend traint met U10’s die nog niet luisteren. Dat de box-out in geen enkel tv-contract staat, ook niet bij 6,9 miljard per jaar.
Ze zei: zie je wel. Het kost niets, en niemand deelt het.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Eurohoops.






