Orlando heeft Cleveland verslagen. In die wedstrijd sprong Noah Penda vlak bij de ring op en dunkte. Bij het terugkomen hing hij nog aan de ring. De bal was nog niet helemaal door het net. Hij botste tegen zijn hoofd, ging omhoog en viel daarna opnieuw door de ring.
De scheidsrechters floten “basket interference”. Twee punten geschrapt.
Ik las de uitleg bij Basket USA, met de farde open op de keukentafel. Regel 11 van het NBA-reglement. Die viseert onder meer de speler die de bal raakt in de cilinder boven de ring, of die belet dat de bal helemaal door het net valt. Het is duidelijk: hij had niet de minste bedoeling om zijn eigen dunk te hinderen. Het contact was onopzettelijk. Het is toch bestraft.
Ik geef geen commentaar. De scheidsrechter fluit, ik noteer. Maar één ding stel ik vast. Bij ons gaat een basket door drie stappen: de bal gaat erin, de scheidsrechter steekt de armen op, ik schrijf. Ginder is er een vierde stap: de bal moet langs onder weer naar buiten. Dat had ik nooit gecontroleerd. Ik controleer het zaterdag om half negen, voor alle zekerheid.
Voor de rest van het blad valt er niets te schrappen. Vijf punten, vier rebounds, drie assists, één steal, één block, in veertien minuten. Het staat erop. Hij begint aan zijn tweede seizoen bij Orlando. De kolom heeft tijd.
Penda, twee punten, regel 11: in het rood geschrapt, de rest zonder doorhaling.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Basket USA.






