LeBron James heeft bij Philadelphia getekend. Daarvoor vertelde hij aan Steve Nash dat hij zich na de uitschakeling van de Lakers tegen Oklahoma City afvroeg of het het einde was, op willekeurige momenten, op wedstrijddagen of in het vliegtuig. Daarna speelde hij anderhalve tot twee maanden geen bal meer.
Hij heeft ook een verklaarde tegenstander: “Er is heel dat verhaal rond ‘Father Time’. Ik ben echt een competitie met hem aangegaan op basketbalgebied,” zei hij.
Anderhalve maand zonder bal, bij ons is dat de zomer, hé. De sporthal is dicht, de conciërge herschildert de lijnen van het badminton en de minibus wacht op september. Niemand vraagt zich af of het het einde is: we weten dat het terugkomt, want er moet toch iemand zijn om open te doen. Ik heb mezelf die vraag ook gesteld, één keer per jaar, al bijna twintig jaar, terwijl ik de jetons van de kantine telde. En elke keer, in augustus, heb ik de sleutel weer opgenomen. Ik ben niet jaloers, ik ben voorzitster. Ik wens hem, in Philadelphia, iemand die achter hem afsluit na zijn drie dagen op het terrein. Ik moet nog de stoelen opruimen.
Philadelphia wordt zijn nieuwe adres. De strijd tegen ‘Father Time’ gaat intussen door.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Basket USA.







